Auke wordt na een ijshockeywedstrijd samen met zijn rivaal terug in de tijd ontvoerd… maar waarom hebben de Vikingen hém juist nodig? Lees hier alvast een fragment.

Iemand sleepte Auke aan zijn armen een stuk van zijn plek. IJskoude sneeuw vond zich een weg zijn thermo-ondergoed in. Hij sperde zijn ogen open. Een hevige misselijkheid borrelde op in zijn binnenste bij het zien van de draaiende sterren door de bomen boven hem.

Terwijl hij en zijn maag zich tegelijkertijd omdraaiden, hoorde hij naast zich iemand hoesten en kokhalzen. Van boven hem kwam een zacht, donker lachen.

Auke richtte zich bevend op, spuugde op de grond en snoot zijn neus in de sneeuw. Maagzuur prikkelde zijn verhemelte en de gevoelige slijmvliezen achter in zijn keel. Hij wilde water.

Met een laatste rochel krabbelde hij overeind en staarde naar de mensen om hem heen.

Twee mannen en een vrouw, zwaar bewapend, en allen met een wolvenpels om de schouders of over het hoofd staarden terug. De lege ogen van een dode wolf keken hem boven een gapende muil aan. Dit was niet goed. Hij haalde zijn telefoon uit zijn zak om coach Enne te bellen. No service.

Een van de mannen sprak. Auke herkende het groene schijnsel dat een kristallen kogel aan zijn ketting uitstraalde van de nacht bij de hut. Het was die vent die op de muur gekrast had. In het licht van de maan kon Auke niet meer onderscheiden dan dat hij onder zijn bontmuts schouderlang haar en een korte baard had.

De man pakte Auke bij zijn kin en inspecteerde zijn gezicht met een frons, alsof het een raadsel was dat hij op moest zien te lossen. ‘Hverr er þú?’ mompelde de man voor zichzelf.

Het bloed trok uit Aukes gezicht. Kon die man iets aan hem zien? Wist hij soms wat Auke nu al twee jaar verborg voor iedereen die hij ontmoette?

‘Sindre, wat wil hij?’

‘Hij vraagt wie je bent, maar zijn dialect… Het lijkt wel Norrønt, Oudnoors.’

Auke nam de mensen met hun ronde schilden, bijlen en speren in zich op. Onder hun wolvenpelzen droegen ze dikke wollen kleding en simpel leren schoeisel. De man die hem bestudeerde, kon Auke bijna in de ogen kijken, maar haalde de één meter tachtig niet. Toch zagen ze er taai en weerbaar uit. Vikingen, schoot het onwillekeurig door zijn hoofd.